Slapen doen we later - Zsuzsa Bánk

22-01-2021

Twee vrouwen, twee levens. De ene mét kinderen, de ander zonder. De ene met man, de ander zonder. In afstand gescheiden maar innig bij elkaar door hun vriendschap die al hun leven lang duurt en hun liefde voor schrijven en literatuur. 


Omdat ik erg genoten heb van De zwemmer, het debuutboek van Zsuzsa Bánk, wilde ik dit boek beslist lezen. De prachtige, verstilde zinnen, poëtisch geschreven, raakten mij erg. Ook het verhaal en vooral wat niet wordt gezegd, wat niet wordt geschreven namen mij toen helemaal mee.

Ik had dan ook hoge verwachtingen toen ik het boek Slapen doen we later aanschafte in de boekhandel. Het heeft jammer genoeg mijn hoge verwachtingen niet waargemaakt.

Twee vrouwen zijn al hun hele leven bevriend met elkaar. Het boek is dan ook een ode aan de vriendschap. De ene, Johanna, geeft les Duits in een dorpsschool en woont alleen in het bos, haar zwarte woudbos die zich door de jaren heen van verschillende kanten laat zien als het leven zelf. Met haar broer Georg heeft ze weinig contact, haar vader is vroeg gestorven en ze is door de hel gegaan die kanker heet. Markus heeft haar verlaten maar emotioneel is hij nog steeds bij haar en duikt voortdurend op. In haar dromen, in haar beelden.

De andere, Márta Horváth, is schrijfster en moeder van drie kleine kinderen. Ze woont in Hamburg en heeft al twee succesvolle dichtbundels uitgegeven. Ze is nu bezig aan een roman maar vindt er in haar drukke leven de tijd niet voor. Simon, de vader van de kinderen laat haar voor alles alleen opdraaien en schrijft teksten voor het theater waarin hij vaak naar toe gaat en steeds vaker in verdwijnt. Hun relatie gaat lineair bergafwaarts tot Simon haar en de kinderen verlaat. Uit hun leven verdwijnt waarin hij sowieso nooit prominent aanwezig was. Er is altijd gebrek aan tijd, gebrek aan geld. Haar kinderen zuigen alle energie uit haar en de jongste is dan ook nog een huilbaby. Maar ineens is haar boek toch af, 511 pagina's, precies evenveel als het boek dat ik in mijn hand houd.

Het enige lichtpunt in het leven van beiden blijkt hun vriendschap te zijn. Het boek is dan ook een e-mail verkeer tussen beide vrouwen dat begint op 27 maart 2009 en duurt tot 21 juni 2012. Dagelijks e-mailverkeer tussen twee vriendinnen, meer dan drie jaar. Ze mailen elkaar elke dag. Aan het uur dat achter de datum staat blijkt dat het telkens over e-mail verkeer gaat. Welkom in de elektronische briefwisseling van de 21ste eeuw!

Beide ontwikkelde vrouwen delen ook de liefde voor schrijven en literatuur. Márta schrijft aan De andere kamer, haar eerste prozawerk en Johanna is bezig met haar proefschrift over Droste, de negentiende-eeuwse schrijfster Anette van Droste-Hülshoff.

Hoewel het boek mooie, prachtige zinnen bevat, is dat tegelijk ook de valkuil van het boek geworden. Het is te lang, véél te lang, meer dan 500 pagina's.

Hadden het er 200 geweest, dan was het een prachtboek geworden. Maar te veel is te veel. De oeverloze herhalingen. Mijn hersenen haken af. Het boek verdwijnt in een diepe put, op de bodem van een tranenloos meer. Er gebeurt ook eigenlijk nauwelijks iets in het boek, alleen de dood van Claus later in het boek is een gebeurtenis die voor enige dynamiek zorgt.

Márta blijft maar zinnen breien, er lijkt geen eind aan te komen. Johanna schrijft meer in staccato. Wat ik vooral onthoud is het klagen. Het verlies. De nostalgie. Ik trek het niet meer. Klagen over hoe zwaar het leven niet is en hoe mooi het vroeger allemaal was toen ze samen leuke dingen deden.

Op pagina 433 lees ik:

'De kunst van het verliezen is niet moeilijk te leren.'

Toch lijkt het mij alsof de 44-jarige dames er nog alles over dienen te leren. Ze hebben er alleszins de grootste moeite mee.

'Hoe kan ik, liefste Jo, hoe moet ik het nog eens tweeënveertig jaar volhouden?'

Ik lees graag een goed boek voor het slapen gaan en dan kan het wel eens later worden dan ik voor ogen had. Maar 'slapen doen we later' gaat niet op voor dit boek. Helaas, helaas, helaas, driewerf helaas.

Met een zucht klap ik het boek dicht, vege a vilagnak, het einde van de wereld.

'Verlies is de essentie van het boek, maar ik denk dat het ook de essentie van het leven is. Je verliest voortdurend dingen, maar in ruil daarvoor komen er ook nieuwe dingen op je pad.'

Lees hier een interview van de schrijfster over haar boek: