Andere kamers - Bram de Ridder

05-04-2020

Wat is gek? Wat is normaal? In deze bundel korte verhalen lezen we allemaal over mensen die niet helemaal 'sporen' en proberen zich soms op wanhopige manieren staande te houden. Over een jonge man in een klooster die de tijd probeert stil te zetten. Over een kantoorbediende met een mooi uitzicht die een dakwerker naar beneden ziet vallen. 

'Ik beet mijn horloge stuk om de tijd stil te zetten. Dat was er aan de hand geweest. Onder andere. Glassplinters in mijn mond, bloed op de witte lakens, wijzers doorgeslikt. Toen heel lang niks, alsof het was gelukt, toen gesprekken met mensen die ernstig en vriendelijk waren. Toen kwam het moment dat ik aan mijn oom dacht. Mijn al vier jaar zwijgende oom. Het enige wat zijn mond voortbracht waren gregoriaanse gezangen. Machtig galmend in de buitenkapel. Mijn gekke oom'

'Het was de maatschappelijke druk, gepersonifieerd in vader en moeder en succesvolle vrienden en de alomtegenwoordige verbeelding van geluk fucking geluk en succes, die mij een fuik van verkeerde aannames en door angst gedreven keuzes in had gestuwd,' zegt het personage.

In een eenvoudige sobere stijl, observeert de schrijver het leven in een wereld waarin we allemaal leven. Een wereld met compartimenten waarin we allemaal leven in verschillende kamers, waarin we proberen elkaars muren af te breken om tot elkaar door te dringen. Tegelijk laten we niemand te dichtbij komen, net als de mensen in de verhalen, tot het niet meer anders gaat.


Ook de jonge man Dillan doet zijn best om de realiteit het hoofd te bieden. Toch heeft hij het moeilijk in zijn hoofd. Hij zou best een leenhoofd willen hebben. Welk hoofd zou hij dan kiezen? Herkenbaar. Willen we niet allemaal van tijd tot tijd een ander hoofd?

Dan is er de oude psychiater die zo veel mogelijk de manifestaties van aftakeling op roze post-its schrijft en deze op zijn koelkast en op andere veel geziene plekken in huis plakt ter herinnering, en dan hopelijk ter vertraging van een proces dat hoe dan ook te snel ging. Tot zijn laatste patiënt op bezoek komt en nog even en de vraag zou gerechtvaardigd zijn of het nog verantwoord was patiënten te zien.

En de kantoorbediende die de dakwerker naar beneden ziet vallen? Was het een ongeluk? Zelfdoding? Wat doe je dan? Gewoon verder werken?

De sobere zinnen van Bram de Ridder - hij schrijft geen woord te veel - maken dat het binnenkomt en beklijft. Vrolijk word je niet van het lezen van deze roman. Tegelijk is het broodnodig dat zulke verhalen geschreven en gelezen worden. Het deed mij denken aan de romans van Dostojewski maar dan modern en (te) kort.

Droevig en tegelijk herkenbaar. Het verhaal 'Klooster' en 'Klooster (II) vond ik een van de mooiste in het boek. Het is ook het langste, misschien daarom.