Alles wat telt - Georg M. Oswald

29-07-2020

Thomas Schwarz is 'binnen'. Hij is jong, ziet er goed uit, verdiend goed en is getrouwd. Thomas werkt op de afdeling Verhaal en Terugvordering van een grote bank. De weg naar 'buiten' is echter korter dan hem lief is.

'Elke dag ga ik naar kantoor.

Dat beweert u waarschijnlijk ook van uzelf als u een baan hebt, maar in mijn geval klopt het, want ik ben er ook op zaterdag en als het moet zelfs op zondag.' 

Zo begint deze humoristische novelle van de Duitse advocaat en schrijver Georg M. Oswald.

Aan het woord is Thomas, het hoofdpersonage. Hij is 'binnen'. Hij heeft het helemaal gemaakt. Hij is adjunct-hoofd van de afdeling Verhaal en Terugvordering en is van plan hoofd van de afdeling te worden. Want ambitie en geld is wat telt.

Alles wat telt, is... geld.

Het zou heel goed zijn motto kunnen zijn. Regel één in zijn métier is: wie schulden heeft, liegt. Altijd.

Een andere regel is, 'Wie hulp nodig heeft, heeft het niet verdiend.'

'Elke dag krijg ik brieven van mensen die kopje-onder gaan. Per maand zijn dat er waarschijnlijk honderden. Ik geef toe dat ook ik in het begin onder de indruk was, dat ik me soms zelfs behoorlijk beroerd voelde. Maar dat is na verloop van tijd verdwenen. Ik wil niet beweren dat ik afgestompt ben. Daar gaat het ook helemaal niet om. Maar ik heb begrepen dat op het terrein waarop ik actief ben geen enkele misère bestaat zonder dat iemand daar zelf verantwoordelijk voor is. Dat maakt veel dingen gemakkelijker. Ja, wat ik tegen madam Farouche heb gezegd, bedoel ik heel serieus: wie hulp nodig heeft, heeft het niet verdiend.'

Hij is altijd bezig. Het komt hem voor dat hij wekenlang niets voelt, geen enkele emotie die echt iets met hem te maken heeft. Hij meent zich vaag vroeger een toestand van rust te herinneren waarin hij geen enkel doel nastreefde, of ze op een andere manier nastreefde. Maar hij heeft het 'druk, druk, druk - u kent het wel.'

Het boek bevat twee delen. Deel 1 'Binnen' en deel 2 'Buiten'. De weg van binnen naar buiten gaat vlot, te vlot.

Het begin van het einde van zijn carrière zijn de spanningen tussen hem en zijn afdelingshoofd Rumenich. Jawel, een vrouw. Het laat hem niet koud. Hij krijgt een moeilijk dossier toegewezen, de kwestie-Kosiek en voelt dat ze van plan is om hem te lozen. Eigenlijk wil hij dit jaar hoofd worden van de afdeling Verhaal en Terugvordering. Hij is adjunct-hoofd, dan is het toch alleen maar logisch om hoofd te worden? Niet dan? Maar hij kreeg Rumenich voor zijn neus. Om zijn tomeloze ambities waar te maken en zichzelf te bewijzen neemt hij de kwestie-Kosiek aan en besluit dat het tijd is om spijkers met koppen te slaan. Tegelijk schaamt hij zich tegenover andere mensen voor wat hij doet, voor zijn job.

In een spottende en hilarische stijl steekt de auteur de draak met het bankwezen en op geld beluste bankiers met hun hebzucht en niets en niemand ontziende mentaliteit.

Een mentaliteit die de wereld naar de grootste bankencrisis ooit heeft gevoerd in 2008. Het boek is uitgegeven in het jaar 2000.

'Maar veel doorslaggevender is dat mijn beroep niets intellectueels heeft, niets wat het welzijn van de mensheid dient, niets wat de wereld beter maakt...
Het echte raadsel voor mij is hoe deze generatie erin is geslaagd een leven lang in volkomen risicoloze banen een gigantisch vermogen te verdienen en dat als de allergrootste vanzelfsprekendheid te beschouwen. Nooit heb ik bij die mensen een greintje twijfel bespeurd - twijfel aan zichzelf, bedoel ik - nooit ook maar de geringste verwijzing naar de ongelooflijke mazzel die ze hebben gehad. Ze vinden gewoon dat die rijkdom een soort natuurrecht voor hen is, dat ze al dat geld uitsluitend te danken hebben aan hun fenomenale kwaliteiten en het daarom volkomen vanzelfsprekend en letterlijk hebben verdiend.

In werkelijkheid echter heeft nog nooit niemand van hen ook maar iets verdiend, iedereen heeft alles alleen maar gekregen.'

Hij wordt de laan uitgestuurd mét zijn Calvin Klein-pak. Vijfendertig en werkloos. Zijn vrouw verliest ook haar werk en daarna is er voor hen nauwelijks meer een plausibele reden om bij elkaar te blijven.

Vanaf dan hoort hij bij de mensen 'buiten'. Hij zal moeten overleven. Maar hoe?

Een knap en intelligent geschreven boek over een onsympathiek yuppie. Ik heb genoten van de humor in het boek. Tegelijk is het herkenbaar voor een bepaald segment in de samenleving. Het open einde en de laatste zin is een beetje vreemd.

Om te eindigen zeg ik: 'Alles wat telt, kan niet geteld worden!'